1. Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A geldt niet:

    1. voor zover gehandeld wordt met een andere vergunning dan een vergunning als bedoeld in het vorige lid of een ontheffing van het college of van de burgemeester, dan wel voor zover daarvan – overeenkomstig enig wettelijk voorschrift - melding of kennisgeving is gedaan en wordt gehandeld overeenkomstig de naar aanleiding van de melding gestelde voorschriften;

    2. voor het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, mits zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

      1. voor zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:

        1. geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt en

        2. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;

        3. geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

    3. voor voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats daarvan gereinigd is;

    4. voor voertuigen;

    5. voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard;

    6. voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Telecommunicatiewet, provinciale omgevingsverordening, waterschapsverordening of Leidingenverordening Dordrecht.

    7. voor uitstallingen, mits voldaan wordt aan de voor uitstallingen geldende nadere regels.

    8. voor elektrische laadkabels die worden gebruikt voor het opladen van een elektrisch voertuig in de openbare ruimte vanaf een laadpunt op particulier terrein, mits voldaan wordt aan de Beleidsregels laadinfrastructuur elektrische voertuigen in de openbare ruimte Dordrecht.

  1. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  2. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;

  3. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c van het vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.